Biografie

Jozephine Wortelboer, 1954

Opleiding
ABK minerva te Groningen, 1979

Brons in beweging

Er is iets bijzonders met de vogelbeelden van beeldhouwster Jozephine Wortelboer. Het brons is robuust en de vorm is gestileerd – wat niets toevoegt is weggelaten. En toch zijn haar vogels duidelijk herkenbaar, zacht en in beweging. Kijk de ijsvogels spelen, hoor de merels zingen en voel het zachte verenkleed van de hop.

Vogels zijn een geliefd onderwerp van de kunstenares. Sommige hoog op palen, andere laag op een stuk natuursteen.”Ik heb iets met vogels. Misschien komt het door de verhouding van een donzig breed lijf op dunne pootjes. Er zit al van nature spanning in en naar spanning ben ik altijd op zoek. Ik speel met de ruimtes in mijn beelden. Ik maak ook mensfiguren, sommige noem ik ‘vreemde vogels’. Net als mijn vogels poetsen ze hun veren op, laten hun kleuren zien als in een baltsdans.”

Open werk

In het atelier kan Jozephine ongestoord dagenlang bezig zijn met haar werk. Het interieur oogt stoer en mannelijk: veel zwaar gereedschap, op een plank ligt een veiligheidshelm. “Beeldhouwen heeft veel verschillende facetten. Als het beeld gegoten is, moet het bijgewerkt worden en daarna nog op kleur worden gemaakt, dat heet patineren. Dat doe je met een brander en zuur. Mijn gekleurde patina’s zijn mijn specialiteit geworden, het geeft mijn beelden een levendige uitdrukking”.
“Ik componeer mijn beelden met was. Eerst maak ik een staketsel waarop ik de vogel opbouw. Daarna giet ik platen was waarin ik structuur aanbreng, gewoon wat in mij opkomt. Elk beeld heeft een andere structuur, omdat elke vogel anders is. Die grote platen was scheur ik in kleinere delen die ik tot een beeld componeer. Het is heel precies werk. Tijdens het boetseren zie ik of de spanning er is of niet. Ik ga net zo lang door tot ik die spanning vind”.

“De uitdaging ligt in de fragiliteit van het werk. Het beeld wordt uiteindelijk in brons gegoten, een massief en zwaar materiaal. Toch ogen mijn vogels licht omdat ik onder andere werk met een binnenruimte. Hoe meer open ruimte, hoe meer mensen hun eigen invulling aan het beeld kunnen geven. Dat open werk vraagt een goede giettechniek. Je kunt wel een beeld in delen gieten en dan aan elkaar lassen maar dat wil ik niet. Mijn beelden worden nu meestal als geheel gegoten.

Ontdekken en zoeken

Al toen ze jong was, wist Jozephine dat ze beeldhouwster wilde worden. “Geen idee waar dat vandaan kwam, ik had amper een beeld gezien en niemand in mijn familie was ermee bezig. Het is echt iets van binnenuit. Met dat sterke idee heb ik de kunstacademie in Groningen gedaan. Daar heb ik leren kijken en een goede werkhouding ontwikkeld. Als kunstenaar moet je zelf dingen ontdekken en doorgaan met uitzoeken. Ik ben trots op wat ik heb bereikt, je moet je eigen pad vinden en doorzetten, ook al is het soms zwaar. Dat heb ik op de academie geleerd. Gebrek aan inspiratie heb ik nooit. Ideeën moeten wel een tijdje sudderen voordat ik er echt mee aan de slag ga. Soms word ik een tijdlang gegrepen door een bepaalde vogel. De struisvogel heb ik in allerlei variaties gemaakt: solo en in groepsverband. Het zijn mooie, sierlijke dieren die toch een heel groot lichaam hebben op heel lange, smalle poten. Die speelse elegantie probeer ik te vangen in mijn beelden”.
“In de loop der jaren ben ik steeds meer gaan weglaten in mijn beelden. Die openheid past goed bij het karakter van vogels. Ze zijn licht, kunnen elk moment de lucht in vliegen. Mijn vogels doen het ook goed buiten. Het materiaal is er prima geschikt voor, het wordt wat donkerder en doorleefder van het buiten staan. Ik probeer het karakteristieke te treffen”.

Tekst: Margriet de Groot